Start
Griep uit Rilland
Genealogieen
Kwartierstaten
Stamreeksen
Voorouders
Kloetinge
Links

 

Abraham GRIEP (1697-ca. 1748)
Schipper en winkelier te Hoedekenskerke

 

Abraham Griep wordt gedoopt op 21 juli 1697 te Hoedekenskerke, als derde zoon van Jan Adriaensen Griep en van Cornelia Abrahamse Verschure. Hij wordt vernoemd naar zijn grootvader van moederszijde, Abraham Cornelisse Verschure. Deze is waarschijnlijk kort daarvoor overleden, want diens broer, Marinus Cornelisse Verschure is getuige bij de doop van Abraham in de Nederlands Hervormde kerk van Hoedekenskerke. Abraham Verschure wordt in 1694 nog wel genoemd in de registers van het Haardstedengeld.
Abraham wordt "ten doop geheft" door Adriaentje Paem, de vrouw van Marinus Verschure.

De oudere zus van Abraham, Ariaentje, is waarschijnlijk jong overleden. Dan volgen twee oudere broers, Ariaen en Cornelis. Na hem worden nog twee zusters, Pieternella en Adriaentje, geboren.

"Jan Adriaensse en Cornelia Abrams
't kint Abram. Getuige Marinus Cornelisse Verschure
ten doop geheft door Adriaentje Paem."
(doopinschrijving door de predikant van Hoedekenskerke, Michiel Eversdijk)

 

Hiernaast een afbeelding van de vate te Hoedekenskerke, zoals opgenomen in Bachiene's Vaderlandsche Geografie in 1791.
Deze tekening geeft een goed beeld van het dorp zoals het er in de tweede helft van de 18e eeuw uitzag.
Waarschijnlijk is het straatbeeld niet veel veranderd tussen de periode dat Abraham Griep de herberg rechts bezocht, en het moment dat deze tekening is vervaardigd.

 

Op 13 september 1727 gaat hij te Hoedekenskerke in ondertrouw met Johanna de Bats. Johanna is dan 20 jaar oud, geboren op 18 februari 1707 en twee dagen later gedoopt te Hoedekenskerke als dochter van Cornelis de Bats en van Machtelijntje van den Broek.

Uit de inschrijving in het trouwboek van Hoedekenskerke blijkt dat het huwelijk pas op 3 november is gesloten, meer dan zes weken later. Dit wordt veroorzaakt door het feit dat dorpsgenoot Mozes de Bood, als vader en voogd van zijn minderjarige dochter Jacomina de Bood, "van des selvs kerkelicke proclamatien en geboden met voorn. Johanna de Bads te zullen en willen verhinderen en stuiten, en het zelve ook als nu de facto heeft int werk gesteld en uitgevoert".
Abraham eist voor het locale gerecht dat Mozes de Bood met goede argumenten komt, of, bij gebreke vandien, de stuiting van de geboden ongedaan gemaakt wordt en dat de Bood veroordeelt wordt tot de proceskosten.
Dat laatste heeft waarschijnlijk plaatsgevonden, want het huwelijk is alsnog gesloten (RAZE 2849).

SCHIPPER EN WINKELIER TE HOEDEKENSKERKE

Op 26 maart 1732 leent Abraham Griep tegen een rente van 4 % een som van 66 ponden,13 schellingen en 4 groten Vlaams van de predikant van Hoedekenskerke, Rokus Lopse. Als borg stellen zich Rokus de Bads en Abram Steur (RAZE 2864). Mogelijk heeft Abraham het geld gebruikt voor de aankoop van een huis, of van een schip. De betreffende koopacte is echter niet teruggevonden.

Dat Abraham werkzaam is als schipper en winkelier blijkt uit de boedelrekening van Abram Steur(s), op 22 maart 1737 opgesteld. Een aantal posten op deze rekening luiden: "betaalt Ab. Griep wegens Wilm de Raad met zijn schuit te halen etc 1--; Janna de Bads huisvrouw van Ab. Griep bet. van winkelwaar de 't haren huize gehaalt in 't leven van Ab. Steur met kennis 4-8-4; betaalt Ab. Griep van geleverde winkelw. per quit. 1-5-6. (RAZE 2874)

 

Abraham en Johanna krijgen, te Hoedekenskerke, zeven kinderen: Cornelia (1727), Jan (1729), Adriaan (1736), Cornelis (1737), Machelijntje (1739), Jannetje (1744) en Pieter (1746).

Twee van zijn zoons zetten in ieder geval de schipperstraditie voort: Adriaan verhuist rond 1776 naar de Yersekendam, en pacht daar het veer van Yersekendam naar Gorishoek. Cornelis verhuist in 1770 naar Hansweert, en ook hij blijft varen. Van de andere twee zoons, die beiden na 1797 overlijden, is tot nu toe geen beroep bekend.

 

Abraham moet rond 1747-1748 overleden zijn. Zijn jongste zoon Pieter wordt eind 1746 geboren, in 1749 wordt Janna de Badt genoemd als weduwe van Abr. Griep (RAZE 2850).
Zijn echtgenote overleeft hem geruime tijd. In 1772 wordt Johanna de Bats nog genoemd als doopgetuige bij haar kleindochter Johanna Sandijk. Ze is waarschijnlijk kort daarna, circa 66 jaar oud, overleden.

 

Deze pagina  is voor het laatst gewijzigd op 25 juli 2004. C. Griep.