Ontstaan van getijden
Getijden ontstaan door het regelmatig opkomen en weer zakken van het zeewater, als gevolg van de aantrekkingskracht door zon en maan. De zon heeft door haar grotere afstand tot de aarde nog niet half zoveel invloed als de maan. Getijden worden ook beïnvloed door de vorm van de oceanen en de omringende landmassa's. De aantrekkingskracht van de maan doet het zeewater als het ware opbollen op de plaats waar deze kracht het grootst is. Aan de andere kant van de aarde vindt op hetzelfde ogenblik ook een dergelijke opbolling plaats. Door de omloopsnelheid van de maan (24 uur en 50 minuten) treden per etmaal dus ca. twee getijdencyclussen (eb en vloed) op.
Springtij treedt op wanneer de aarde op één lijn staat met de zon en de maan, zodat de aantrekkingskrachten gecombineerd worden. Het getijdeverschil is daarbij maximaal. Wanneer zon, aarde en maan echter in een rechte hoek op elkaar staan, zijn de effecten het kleinst en treedt doodtij op met minimale getijdeverschillen. Het getijverschil is in volle zee hooguit enkele meters, in afgesloten bekkens zoals de Middellandse Zee, vaak niet meer dan enkele dm. In ondiepe zeeën en vooral in estuaria kan het vele meters bedragen. Het grootste verschil treedt op in de Fundibaai in Oost-Canada (ca. 16 m). In sommige estuaria, waaronder de Hangtsjoubaai in China en de Severn in Engeland, komt vloedbranding voor: tijdens hoogwater wordt het water een nauwer wordende trechtermonding ingestuwd, waardoor een steeds hoger wordende muur van water ontstaat.