|
|
| Ó wdp diffusion 2000 |
|
Nous apprenons à marcher à force de tomber. E. BASTIAT |
|
| HOOFDSTUK 1 | |
| MAGNETEN EN SPOELEN | |
| 1- Magnetischveld veroorzaakt door een stroom | |
| 2- Solenoïde (lange rechte spoel) | |
| 3- Samenvatting | |
| MAGNETISCHVELD VEROORZAAKT DOOR VERSCHILLENDE BRONNEN | |
| 1- Met behulp van een lange spoel | |
| 2- Met behulp van een platte spoel | |
| 3- Met behulp van een rechte draad | |
| HOOFDSTUK 2 | |
| 1- Proef over de LORENTZ KRACHT (met JAVA animatie) | |
| 2- Hoe luidt de wet van LORENTZ ? | |
| 3- Toepassing : de gelijkstroommotor (met JAVA animatie) | |
| HOOFDSTUK 3 | |
| 1- De magnetische flux | |
| 2- Het opwekken van een spanning | |
| 3- Uitleg | |
| 4- Grootte en polariteit van de opgewekte spanning | |
| 5- Het bestaan van de zelfinduktiespanning | |
| 6- Algemeen | |
| 7- Opgehoopte energie | |
MAGNETEN EN SPOELEN
Je weet vermoedelijk dat twee magneten elkaar
aantrekken of afstoten, dat komt door de "magnetische krachtwerking",
en dat een magneet een noord- en een zuidpool bezit. Het zelfde
doet zich voor bij twee spoelen waarin een elektrische stroom
loopt. Die spoelen gedragen zich als magneten en ze bezitten ook
een noord- en een zuidpool. Waar gaat het nu allemaal om ? :
Definitie : Elektromagnetisme behandelt de verschijnselen
die ontstaan bij wisselwerking tussen elektrische stromen en magnetische
velden.
1) Magnetischveld
veroorzaakt door een stroom :
a.
Een geleider waar stroom door loopt omringt zich met een magneetveld
net zoals een magneet dat heeft (ontdekt door de natuurkundige
HANS CHRISTIAN OERSTED in 1819).
b.
Dit cirkelvormige veld omringt de geleider over zijn gehele lengte.
De veldlijnen waaruit het bestaat zijn allen cirkelvormig en staan
loodrecht op de stroom in de geleider.
![]() |
(champ magnétique = magnetisch veld
, lignes de force = veldlijnen)
c.
De richting van de veldlijnen (ook wel krachtlijnen genoemd) kan
bepaald worden met de "rechterhand regel" :
Als je de geleider met je rechterhand vastpakt met je duim in
de stroomrichting, dan wijzen de overige vingers de richting van
het veld aan.
![]() |
( punt en kruis. De bekende methode om de
stroomrichting aan te geven)
d
. De veldlijnen die de geleider omringen komen steeds verder uit
elkaar te liggen als we verder van de geleider af komen. Het aantal
veldlijnen per vierkante meter neemt af zodat we kunnen stellen
dat de fluxdichtheid kleiner is op 2 cm. van de geleider dan op
0,5 cm. er vandaan. Het magneetveld om de geleider heen blijft
echter aanwezig, zelfs op grote afstanden. Maar het wordt dan
zo zwak dat het verwaarloosbaar is. Ter informatie : een stroom
van 10A heeft op 4 cm. van de betreffende geleider een fluxdichtheid
van 50 micro - Tesla, dat is ongeveer gelijk aan de fluxdichtheid
van het aard magnetischveld.
Belangrijke opmerkingen :
- De fluxdichtheid is een nauwkeurig gegeven van een magneetveld
en is recht evenredig met de stroom die het veroorzaakt. De fluxdichtheid
is onafhankelijk van de geleiderdiameter en de geleider samensttelling.
- Het veld rondom meerdere geleiders is gelijk aan de optelling
van al de afzonderlijke velden Zo heeft een bundel van 50 geleiders
waar 1 ampere door loopt, het zelfde veld als één
geleider die 50 ampere voert. Hierdoor kunnen we sterke magneetvelden
maken met relatief zwakke stromen.
2) Solenoïde (lange
rechte spoel) :
Heel vaak komen we in elektrotechnische toepassingen de lange
rechte spoel tegen. Het is dus goed daar even stil bij te staan.
Definitie : Een draad die regelmatig opgewikkeld
is en zodoende een lange rechte spoel vormt wordt solenoïde
genoemd. Zo'n spoel produceert, als hij stroomvoerend is, hetzelfde
magneetveld als de hele serie losse windingen die dezelfde stroom
voeren. Binnen in de spoel lopen de veldlijnen evenwijdig aan
de hartlijn van de spoel. Buiten de spoel lopen ze net zoals bij
een staafmagneet. Net als bij de staafmagneet is de noordpool
het punt waar de veldlijnen naar buiten komen en de zuidpool het
punt waar ze weer naar binnen in de spoel gaan. Heden ten dage
kennen we 4 regels om de plaats van de noord- en de zuidpool te
bepalen.
Nota : We komen solénoïdes tegen
in magneetschakelaars, relais, elektromagneten, tranformators,
motoren, enz.
Noordpool van een spoel (solenoïde) :
Als we de solenoïde met de rechterhand omklemmen, zodanig
dat de stroomrichting in de richting van de pols naar de vingers
is, geeft de duim de noordpool aan. :
![]() |
De andere regels om de polen te bepalen
zijn :
- De regel van meneertje ampere (nauwelijks gebruikt in Nederland).
- De kurketrekker regel (zéér bekend bij ons).
- De letter regel (nauwelijks gebruikt in Nederland).
3) Samenvatting :
Zowel een staafmagneet als een stroomvoerende spoel of draad,
krijgt een magneetveld om zich heen. Dit wordt ook wel (magnetische)
fluxdichtheid B genoemd. Het is zichtbaar te maken door een staafmagneet
onder een stukje karton te houden waar ijzervijlsel op gestrooid
is. Hieronder zie je hoe dat er uit ziet :
We zien duidelijk een aantal veldlijnen die van noord naar zuid
van de magneet gaan, met een spoel krijg je hetzelfde.
![]() |
Het magneetveld heeft in een punt steeds
de richting van de raaklijn aan de plaatselijke veldlijnt. Het
loopt van noord naar zuid en wordt sterker naarmate de veldlijnen
dichter op elkaar komen te liggen. Elke veldlijn verbindt alle
punten met gelijke fluxdichtheid (vergelijk hoogte- en dieptelijnen).
De fluxdichtheid B wordt uitgedrukt in Tesla ( internationaal
eenheden stelsel, S.I.), en opgeschreven als T. Ten opzichte van
de andere S.I. eenheden heeft de Tesla een grote waarde. Het is
bijvoorbeeld al moeilijk om een magnetische flux groter dan enkele
tientallen Tesla lang in stand te houden.
Ter indicatie : de gemiddelde waarde van de aardmagnetische flux
bedraagt in Frankrijk (horizontale component) :
MAGNETISCHVELD VEROORZAAKT
DOOR VERSCHILLENDE BRONNEN
1) Met behulp van een
lange spoel :
Opmerking : Bij een spoel is het moeilijk om op alle punten er
om heen exact de flux te kennen. Maar in het hart van de spoel
is de flux nauwkeurig te berekenen.
Het betreft hier een spoel waarvan de lengte veel groter is dan
de diameter.
In het hart van deze solenoïde geldt :
Waarin:
| B = | Fluxdichtheid in Tesla | |
| µ0 = | Magnetische permeabiliteit van vacuüm, 4π10-7 | |
| N = | Aantal windingen van de spoel | |
| I = | De stroomsterkte in Ampère | |
| l = | De lengte van de spoel in meter |
2) Met behulp van een
platte spoel :
Het betreft hier een spoel waarvan de diameter veel groter is
dan de lengte. Meestal met meerdere windingen en een flux in het
midden van :
Waarin:
| B = | Fluxdichtheid in Tesla | |
| µ0 = | Magnetische permeabiliteit van vacuüm, 4π10-7 | |
| N = | Aantal windingen van de spoel | |
| I = | De stroomsterkte in Ampère | |
| r = | De straal van de spoel in meter |
Opmerking:
- Het magneetveld heeft in elk punt een
grootte en een richting (een vektor). Dat is van belang bij het
toepassen van de Lorentzkracht. (zie hoofdstuk 2).
- In het geval van spoelen (met meerdere windingen) geeft het
produkt "N.I" de magnetomotorische kracht (mmk) aan
die je vaak in formules tegenkomt. De eenheid is ampere hoewel
nog vaak (het oude) ampere-windingen gebruikt wordt.
Als een stroomvoerende geleider in een magnetisch
veld terecht komt ontstaat er een elektomagnetischekracht , algemeen
bekend als de Lorentzkracht. In Frankrijk wordt de Lorentzkracht
de Laplacekracht genoemd. Wij kozen blijkbaar een nederlands natuurkundige
terwijl de fransen er een frans natuurkundige voor kozen. We kunnen
elkaar dus niets verwijten (!). De Lorentzkracht is van zeer groot
belang. Veel apparaten maken er dankbaar gebruik van : motoren,
luidsprekers, vele meetapparaten, magneetschakelaars, etc.
1) Proef over de LORENTZ
KRACHT (met JAVA animatie) :
Een stugge geleider (AB) is d.m.v. soepele draden verbonden met
een spanningsbron en geplaatst tussen de polen van een hoefijzermagneet
:
JAVA animatie (klik er op om het te zien) : "de LORENTZ KRACHT"
1. Als er geen stroom loopt gebeurt er niets.
2. Als de stroom van achter naar voren door de geleider loopt
(en de magneet zijn noorpool = rood, bovenaan heeft) wordt de
geleider door de Lorentzkracht naar rechts geduwd. Zodra we echter
de stroom ompolen gaat de geleider naar links.
3. Als we de stroom niet ompolen maar wel het magneetveld dan
geeft dat hetzelfde effect.
4. Als we de stroom én het magneetveld allebei ompolen
verandert er niets aan de Lorentzkracht.
5. Experimenteel kunnen we de kracht op een stroomvoerende geleider
in een magneetveld bepalen :
- wat betreft de stroom : grotere I (stroom) geeft grotere F (Lorentzkracht),
- wat betreft de fluxdichtheid : grotere B (fluxdichtheid) geeft grotere F (Lorentzkracht),
- wat betreft de lengte van de geleider in het magneetveld : grotere l (lengte) geeft grotere F (Lorentzkracht),
- wat betreft de hoek die de geleider maakt met het magneetveld : alpha = 0 geeft F = 0 en alpha = 90° geeft een maximale F (anders gezegd : als de geleider evenwijdig loopt aan de veldlijnen is de Lorentzkracht nul !).
2) Hoe luidt de wet van
LORENTZ ? :
Bij een gelijkmatig (homogeen) veld grijpt de Lorentzkracht aan
in het midden van de geleider en in het vlak dat de geleider en
de richting van de fluxdichtheid B vormen. De richting van de
Lorentzkracht zelf wordt bepaald door de stroomrichting en de
richting van de fluxdichtheid B, zoals te zien is met de rechterhand
regel :
- Duim in de richting van het magneetveld(B)
- Wijsvinger in de richting van de kracht (F)
- Middelvinger in de richting van de stroom (I)
Andere methode : gebruik nu de linkerhand en denk aan FBI (Federal Bureau of Investigation) :
- Duim (F)
- Wijsvinger (B)
- Middelvinger (I)

waarin:
| B | in Tesla | |
| I | in ampère | |
| l | in meter |
Als B en I loodrecht op elkaar staan wordt de formule als volgt :
3) Toepassing :
Toepassing : de gelijkstroommotor (met JAVA animatie) :
De elektromagneten (in het vaste deel van de machine, de stator)
bestaan in het simpelste geval uit twee spoelen (komt overeen
met twee magneten) die er bij stroomdoorgang voor zorgen dat er
binnen in de machine een constant magneetveld (B) ontstaat :
De spoel (in het beweegbare deel, de rotor) wordt, evenwijdig
aan de as van de machine, doorlopen door een stroom. De geleiders
van die spoel voeren dus stroom en bevinden zich in een belangrijk
magneetveld.
Volgens de wet van Lorentz bestaat er een kracht die op de geleiders
gaat werken met de volgende sterkte : F = B.I.l.sinα. Deze
kracht staat loodrecht op de stroomrichting en het magneetveld.
De Lorentzkrachten geven de spoel een koppel en de spoel gaat
draaien; het is een gecombineerd effect van het magnetisme van
de elektromagneten en de stroom door de draaibare spoel
JAVA animatie (klik er op om het te zien) : "De GELIJKSTROOMMOTOR"
1) De magnetische flux :
a)We
gaan uit van een oppervlak S (bij ons vaak A in de formules) dat
in een gelijkmatig (homogeen) magnetischveld B geplaatst is, d.w.z.
het bevind zich in een reeks evenwijdig lopende veldlijnen.
De flux wordt dan gedefinieerd :
alpha is de hoek die de vektor B maakt met de loodlijn n op het
oppervlak S , de richting van n wordt bepaald met de kurketrekkerregel.
De loodlijn n gaat bij de zuidpool naar binnen en bij de noordpool
naar buiten, het vlak dient dus gericht te zijn (dat bepaalt de
draairichting).
(Phi (de flux) is positief als B en n dezelfde richting hebben
en negatief als dat andersom is.
b)
Als het gesloten circuit een spoel is van N windingen, wordt de
totale flux op S gelijk aan de som van alle deelfluxen per winding
dus :
Φ wordt uitgedrukt in Weber (Wb),
B is in Tesla en
S in m2
Maximum flux regel :
Iedere geleider die een oppervlak omsluit en waar een stroom door
heen loopt, probeert zich zo te draaien dat de flux die zijn oppervlak
omvat maximaal is, in absolute zin en positief. Dit is eigenlijk
een andere vorm van de wet van Lorentz (Laplace) want het zijn
de elektromagnetische krachten die de geleider proberen te verdraaien.
2) Het opwekken van
een spanning :
We doen de volgende proef
Een spoel wordt aangesloten op een galvanometer (heel gevoelige
amperemeter) terwijl er geen stroom loopt. Zodra we in de nabijheid
een magneet verplaatsen slaat de galvanometer uit en er loopt
dus een stroom(pje). We zien dat :
- als we met een noordpool naderen of met een zuidpool weggaan,
de galvanometer dezelfde kant op uitslaat.
- als we met een zuidpool naderen of met een noordpool weggaan,
de galvanometer de andere kant op uitslaat.
- de stroom is sterker als we de magneet sneller bewegen.
3) Uitleg :
Rondom de magneet is er magneetveld dus er lopen vele veldlijnen.
Die veldlijnen gaan ook door de spoel heen. Als we de magneet
nu bewegen veranderen we het veld dat de magneet door de spoel
stuurt. De spoel reageert hierop met een inductiespanning die
de galvanometer laat uitslaan.
4) Grootte en polariteit
van de opgewekte spanning :
Uit proeven is te bepalen dat de inductiespanning afneemt als
de fluxverandering per tijdseenheid kleiner wordt:
of
Om de stroomrichting of de polariteit te bepalen hebben we de
wet van Lenz nodig. Die zegt : alle aktie roept reaktie op. In
ons geval is het zo dat de inductiespanning een stroom laat lopen
die de fluxvariatie te niet moet doen. (vandaar het - (min) teken
in de formule !)
Voorbeeld van een toepassing van de wet van Lenz :
We naderen de noordpool van een magneet met een ronde spoel :
De flux in de spoel zal snel toenemen, dus er ontstaat een inductiespanning om dit tegen te werken. De stroom die gaat lopen maakt een tegengesteld magneetveld. De richting van de inductiespanning is te bepalen met de kurketrekkerregel.
5) Het bestaan van de zelfinduktiespanning
:
We sluiten een spoel middels een schakelaar aan op een spanning.
:
Zolang de schakelaar gesloten blijft, loopt er stroom door de
spoel en de spoel heeft zijn magneetveld.
Als we de schakelaar dan openen zou de stroom moeten stoppen.
Maar de stroom blijft nog even door lopen en veroorzaakt een vonk
over de contacten van de schakelaar.
Uitleg : Bij het openen
van de schakelaar vermindert het magnetisme in de spoel, dus de
flux neemt af. Die verandering in de flux veroorzaakt een induktiespanning
(wet van Lenz) waardoor de stroom nog even blijft lopen en zo
tegenwerkt tegen de B afname en de flux afname. Die zelfinduktiespanning
is al vlug groot genoeg om voor de vonkvorming over de contacten
te zorgen en dus ook voor het nog even laten lopen (al is het
dan via een vlamboogje) van de stroom. We noemen dat "zelfinduktie"
en het komt alleen bij spoelen voor die dit kunnen zonder een
uitwendig magneetveld maar puur op zich "zelf". In het
engels heet een spoel zelfs een "self"
6) Algemeen :
In het algemeen treden de zelfinduktie verschijnselen steeds op
als de stroom in een circuit verandert en het is altijd een tegenwerkende
aktie dus vertaging van het toe- of afnemen van de stroom (in-
of uitschakelen). Hoe meer spoelen er in een circuit voorkomen,
hoe erger het verschijnsel wordt. En er zijn veel spoelen : motoren,
relais, transformatoren, enz. We spreken van induktieve circuits.
Om een spoel in te delen is er de zelfinduktiecoefficient L met
als eenheid de Henry (H).
De L komt ook in een formule voor om de induktiespanning te berekenen
:
We kunnen er ook direkt de flux mee berekenen uitgaande van
de stroom :
en spoel heeft een L van 1 Henry als een stroomverandering
van 1 ampere in 1 seconde, een induktiespanning veroorzaakt van
1 Volt. L wordt in de wisselstroomtheorie veel gebruikt.
7) Opgehoopte energie :
Net zoals een condensator kan een spoel ook energie opslaan maar
dan als magnetisme. Die energie hangt af van de stroom die door
de spoel loopt en zijn zelfinduktiecoefficient :
Het zelfinduktie effect kan ook verklaard
worden door het feit dat , net als bij een condensator, de energie
niet onmiddellijk (tijdloos) kan veranderen. Bij het in- of uitschakelen
beperkt de spoel de stroomverandering zodat de energie meer vloeiend
kan veranderen.
Opmerking : Bij een
condensator kan de spanning niet onmiddeliijk (tijdloos) veranderen,
en bij een spoel dus de stroom. Bij al te plotselinge uitschakelingen
(storing) kan de zelfinduktiespanning ontoelaatbaar hoog worden.
Soms zijn overspanningsbeveiligingen noodzakelijk ! Ook bij werkzaamheden
aan erg induktieve gelijkspanningscircuits moet er altijd op gelet
worden dat men de voedingsspanning (indien mogelijk) langzaam
op- of afregelt. Voorzichtigheid blijft geboden.