Electrotech-City een initiatief van Walter DI PILLA Eindelijk wordt elektrotechniek begrijpelijk ... |
| Ó wdp diffusion 2000 / Nederlandse vertaling : Willem Dekker |
| "Commencer appartient à tous, persévérer à bien
peu" Proverbe Chinois
INLEIDING : Het gebruik van elektriciteit is van af de 19-de eeuw enorm toegenomen. Mede dankzij het relatief eenvoudige transport en het veelzijdige gebruik is deze energiebron van onschatbare waarde. Het is dus niet verwonderlijk dat de technieken met betrekking tot opwekking, transport en distributie nog steeds volop in ontwikkeling zijn. Verder hebben nieuwe technieken en verbeterde materialen er voor gezorgd dat de afmetingen en de prijs sterk teruggebracht zijn, zo zelfs dat bijvoorbeeld de elektrische machines van nu vijf keer minder wegen dan die van amper zestig jaar geleden. Ook bij de vermogenselektronica is er een enorme vooruigang geboekt. Het "sterkstroom gebied" binnen de elektrotechniek, ondergaat dus grote veranderingen maar blijft nog steeds gebaseerd op de grote basisprincipes zoals die de vorige eeuw ontdekt werden. In de drie bekende sterkstroom werkgebieden (opwekking, transport, en distributie), wordt met specifieke apparatuur ( "componenten" ) gewerkt. We gaan dus proberen hun rol en onderlinge samenhang te begrijpen. Natuurlijk zijn er andere, ook belangrijke, apparaten zoals : (vermogens)schakelaars, beveiligingsrelais, elektronische relais, overspanningsafleiders enz. maar we beperken ons nu tot de meest voorkomende. Elke keer dat we een elektrotechnisch probleem behandelen moeten we eerst bepalen tot welke groep het apparaat behoort :
waardoor we een te behandelen apparaat kunnen indelen bij het werkgebied opwekking, transport of omvorming van energie. De te behandelen componenten komen voor bij :
We moeten dus over een goed inzicht beschikken om een recht te hebben op de titel "elektrotechnicus " ;-))) 1 - De zekeringscheider :
De scheider kan een circuit sluiten of volledig scheiden waardoor het geisoleerd wordt van het voedende circuit om zo doende onderhoud uit te voeren, storing te zoeken of wijzigingen aan te brengen aan het circuit wat zich na de scheider bevindt. Een scheider (dus geen zekeringscheider !)kan opgevat worden als apparaat om door te verbinden of om aan te sluiten maar nooit als een beveiliging. Dat lijkt een vreemde opmerking maar er wordt te vaak gedacht dat een "scheider" en een "zekeringscheider" het zelfde is. De laatste zorgt voor voldoende circuit isolatie met zijn scheider deel en beveiligt met de zekeringen. Let op : in het onderwijs komen veelal zekeringscheiders voor maar in de industrie zie je ook vaak de gewone scheiders (zonder zekeringen). Het vermogen om te onderbreken en te sluiten, dwz. het vermogen om een stroom te onderbreken of in te schakelen, is nul ! Dat is van levensbelang : EEN SCHEIDER WORDT ALTIJD STROOMLOOS BEDIEND (er mag geen stroom lopen, de belastingen na de scheider moeten uitgeschakeld zijn). We komen scheiders tegen in laag- , midden- en hoogspannings installaties. De vorm en de afmetingen hangen erg af van het spanningsgebied (meer informatie kun je op de meeste technische scholen wel vinden).
Een scheider heeft de volgende eigenschappen :
Het woord contact of pool wordt ook wel genoemd :
De hoofdcontacten zorgen voor de scheiding en isolatie van het circuit na de scheider. Ze worden aangesloten in het hoofdstroom deel van de installatie. We kunnen ze herkennen aan de cijfers 1 tot 8. De hulpcontacten kunnen in het besturingscircuit schakelen, zij hebben de cijfercodering 13 -14, 23 - 24. Enkele zekeringscheiders, waaronder de serie LS1 - D... van télémécanique, hebben een voorlopend uitschakelcontact :
2 - De magneetschakelaar (tegenwoordig ook vaak "contactor" genoemd) :
Een magneetschakelaar is in staat om de elektrische stroom in- en uit te schakelen (dat is zijn hoofddoel). Hij kan dus een stroom onderbreken ook als die niet gelijk is aan nul ampere. De bediening kan van op afstand gebeuren dmv. een drukknop of door een stuurstroomcontact bediend door een proceswaarde zoals : druk, temperatuur, snelheid enz. We hebben hierboven vermeld dat een magneetschakelaar een stroom kan onderbreken..... WAAROM MOET DAT ?
De magneetschakelaar bestaat uit :
De hulpcontacten worden doorgaans gebruikt als :
ZE "ZITTEN" DUS ALTIJD IN STUURSTROOMCIRCUITS... Er bestaan twee soorten hulpcontacten. Het maakcontact (NO voor "normaly open") en het verbreekcontact (NC voor "normaly closed"). Deze contacten werken dus tegengesteld...Hieronder staat een foto van een hulpcontactblok met een uitleg over de zelfreinigende contacten. Het zelfreinigen gebeurt door een mechanisch foefje : Bij het sluiten schuiven de contacten horizontaal iets over elkaar heen. Door deze wrijving schuren ze zich schoon. Hulpcontactblok met direkt werkende contacten
Er zijn ook hulpcontacten die tijdvertraagd werken. Soms is het namelijk nodig om een commando te vertragen, opkomend of afvallend, om een goede werking van een schakeling te krijgen. Bijvoorbeeld, "Een volgende actie mag pas ondernomen worden als de vorige al 5 seconden klaar is...." . Hieronder staat een foto van een hulpcontactblok met vertraagd werkende contacten. De werking berust op een balgje dat via een instelbare smoring vol moet lopen met lucht voordat de contacten schakelen. Het symbool voor een tijdvertaagdcontact is een contact met een "parachute".... Dit is in vrijwel ieder elektrotechnisch boek te vinden... Tijdvertraagde hulpcontacten
Eigenschappen en keuze : Een magneetschakelar heeft de volgende eigenschappen :
De keuze van een magneetschakelaar hangt af van " waar komt hij terecht " : welke netspanning, welke stroom, welke netfrequentie, en van " wat ga ik er mee doen " : wat moet hij schakelen, welk vermogen, hoe lang, .... De constructeurs zijn er in geslaagd een overzicht te maken waarmee je direkt de gewenstre keuze bereikt. Even het vermogen opzoeken, de gebruiks categorie en de voedingsspanning, en we kunnen direkt het benodigde apparaat aflezen . Let op : bij dat apparaat staat ook altijd de spanning van de spoel van de magneetschakelaar, en daarin is veel keuze (dat wordt vaak door leerlingen vergeten). 3 - Thermisch relais :
Een thermisch relais is in staat te beveiligen tegen overbelasting (dat is zijn doel). Een overbelasting is een abnormale verhoging van de stroom, door een of meerdere verbruikers, in de orde van grootte van 1 tot 3 Inom. Deze bescheiden stroomverhoging kan, als hij lang blijft aanhouden, ontoelaatbare verwarming of zelfs vernietiging van bepaalde onderdelen in de installatie tot gevolg hebben (de invloed van de " t " in de formule voor de warmte ontwikkeling : W = I².R.t (Joule)) We kunnen ons hier tegen beschermen met zekeringen type G1, stroom-tijdrelais of thermische relais. Als de stroomverhoging niet te groot is, is het niet nodig al te direkt uit te schakelen. De uitschakeltijd moet omgekeerd evenredig met de stroomoverschrijding zijn : hoe groter de stroom des te sneller vindt uitschakeling plaats. Zie ook de grafiek hieronder :
Uit deze grafiek valt het volgende af te lezen :
De werking van het thermisch relais is gebaseerd op het kromtrekken van een bimetaal staafje. Dat zijn twee dunne reepjes metaal die op elkaar vast zitten. De ene zet nauwelijks uit bij verwarming, de andere echter veel. Bij verwarming trekt dit staafje dus krom en deze beweging wordt gebruikt om het uitschakel mechanisme te triggeren. De verwarming wordt veroorzaakt door de stroom en kan worden berekend met de bekende formule W = I².R.t (Joule). OPMERKING : Het thermisch relais zorgt voor uitschakeling van de stroom doordat zijn hulpcontact de stuurstroom van een magneetschakelaar onderbreekt. Het eigenlijke uitschakelen gebeurt dus door de magneetschakelaar, waarvoor dat geen probleem is. Samenvattend : het thermisch relais schakelt de hoofdstroom dus niet zelf uit maar geeft wel het commando om dit uit te voeren.... Copyright Walter DI PILLA V1.00 Nederlandse vertaling Willem Dekker | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||