Na 70 km stopte er een auto met aanhanger en terwijl ik beleefd bezig
was om het aanbod van een lift af te slaan trok de bestuurder, "Stubbie",
een ijskoude Hahn Light voor me open en voor ik het wist lagen de
fiets en de trailer in zijn trailer, en zaten wij voorin de wagen
uit volle borst mee te zingen met de ouwe bluesrocker George Thorogood,
"Bad to the Bone, Bebebad to the bone" erg gezellig en het
bespaarde mij 2 dagen erg saai woestijnlandschap.
Zo rond 9 januari kom ik als het goed is Stub weer tegen op de highway
en hij heeft mij beloofd dat ie een kouwe jongen voor me apart zet.
Dankzij de lift ben ik veel verder Karijini ingegaan dan ik eigenlijk
van plan was, gelukkig maar: de mooiste plekken liggen dik 70 km ver
het park in, allemaal gravelwegen, weer beklimmingen met omhoogkomend
voorwiel maar ik heb genoten van elke trap op m'n pedalen.
Naast het ruige berglandschap zijn de mooiste plekken de diepe kloven,
vooral Hancock Gorge was erg gaaf, op een gegeven moment is deze kloof
nog maar een halve meter breed, je staat tot je middel in het water
en de rotswanden naast je zijn zo'n 200 meter hoog, net alsof je afdaalt
naar het middelpunt van de aarde.
In Australie heb je een gouden regel: hoe mooier de plek, hoe irritanter
de vliegen. Op dag 2 kreeg ik mijn eerste lekke band, niet gek na
dik 3500 km, maar het wisselen van de band was net een scene uit een
horrorfilm, ik zat echt helemaal onder de vliegen, in m'n ogen, m'n
neus en toen ik begon te vloeken en te tieren ook in m'n mond. Enfin,
band weer opgepompt en 5 km verder had ik die krengen weer afgeschud,
dat hoort er gewoon bij in de outback maar nog nooit in m'n leven
heb ik zoveel vliegen op 1 plek gezien. |
|
 |
| Karijini
N.P. |
 |
| Hancock
Gorge. |
|