Eerst worden nieuwe koninginnen aangemaakt in de tijd die daarvoor in verband met het nodige voedsel, het meest geschikt is: april tot en met augustus. Daarna deelt het volk zich in meerdere delen op. Imkers maken verschil in voor- en nazwermen. Het verschil zit in het feit dat een voorzwerm een bevruchte koningin bezit en de nazwerm (nog) niet. Die laatste zijn dus veel kwetsbaarder en ook meestal veel kleiner van omvang.
Een grote voorzwerm weegt ongeveer 2,5 kg. Er gaan ca. 1.000 bijen in een ons, dus zo'n zwerm bevat dan ongeveer 25.000 bijen. De meeste zijn echter kleiner, met name als het nazwermen betreft. De zwermen vliegen enkele honderden of duizenden meters weg van de eigen standplaats. Dat is immers voor de verspreiding van de soort van belang en ook de voedselvoorziening binnen een nieuw territorium geeft meer zekerheid, omdat er dan niet gedeeld moet worden met het oude overgebleven volk. Ook hier geldt het spreekwoord: vele varkens maken de spoeling dun.
Zwermen verkeren in een soort trance en zijn meestal zachtaardig. Ze hebben meer aandacht voor zichzelf en voor het vinden van een goede nestplaats dan voor de mensen. Het is toch verstandig ze met rust te laten. Ongeveer 10% van de zwermen gedraagt zich minder zachtaardig, ja, zelfs letterlijk prikkelbaar. Ze hebben dan bijvoorbeeld gebrek aan voer of zijn al een paar keer verkeerd behandeld. Waarschuw een imker, want die weet hoe er mee om te gaan.
De bijenzwerm zal slechts blijven hangen als ook een koningin aanwezig is. Dit gedrag wordt soms als show gebruikt, waarbij de koningin in een kooitje om de nek wordt gehangen. De zwerm vestigt zich dan op die plaats en zo ontstaat een zogenaamde bijenbaard. Op internet vond ik er meerdere plaatjes van. Op één van die plaatjes is de geheel ontklede imker Franci Marolt uit Slovenië bedekt met zeer veel bijen (circa 130.000, 13 kg) van een kunstmatige zwerm, waarschijnlijk afkomstig van bij elkaar gevoegde zwermen met slechts één resterende koningin. Als imkers overigens spreken over 'een baard maken' bedoelen zij de bijen die aan de buitenkant van een korf of kast - dik opeengepakt - wachten tot de zwerm vertrekt. Dat duurt ongeveer een week en het is voor de imker meestal een sein dat er een zwerm op komst is. Extreme warmte en ventilatienoodzaak kunnen echter ook baardvorming tot gevolg hebben.
Zwermen kiezen soms vreemde plaatsen om zich te vestigen. Deze zwerm was op het strand bij Westkapelle op 1 augustus 2003 in de rugzak van een Duitse toerist getrokken en vond het een geschikte huisvesting.
Veel imkers zijn bereid bijenzwermen te verwijderen. In imkerstermen heet dat 'scheppen'. Sommigen berekenen wel een gering bedrag voor reis- en overige kosten. Vraag er eventueel eerst naar. Probeer wel zelf vast te stellen dat het inderdaad honingbijen betreft. Wespen zien er anders uit (slanker, gladder, geler en langere vleugels: zie onderstaande afbeelding) en klitten nooit met duizenden tegelijk aan elkaar, zoals honingbijen dat doen bij zwermtrossen. Bij wespen gaat het meestal om de gewone wesp (Vespula vulgaris), soms de Duitse wesp (Vespula germanica). Deze wespensoorten geven de meeste overlast als het om wespen gaat. De grootste wesp in ons land is de hoornaar (Vespa crabro). Die is iets anders van kleur, namelijk met roodbruine tekening op de thorax; het achterlijf is gewoon geel met zwarte vormen als bij de gewone wesp. De Hoornaar is echter niet erg algemeen. Het zijn beslist geen agressieve dieren, doch in de buurt van het nest zijn de hoornaars waakzaam, dus enkele meters afstand in acht houden. Soms kan in bomen of struiken het gladde papiernest van de Middelste wesp (Dolichovespula media) worden aangetroffen. Die wespen zijn iets groter dan de gewone wesp. Ze zijn niet zo algemeen en niet agressief, als ze maar met rust worden gelaten. Het zijn nuttige dieren die weinig overlast geven als er wat rekening met ze wordt gehouden.
Kijk hier om het verschil tussen een wesp en een honingbij te zien: een wesp haalt een dode honingbij weg.
Het is overigens een misverstand te denken, dat imkers tegenwoordig altijd blij zijn met zwermen, want door heersende parasitaire en andere ziekten kunnen onbekende zwermen een bron van veel ellende zijn. Vroeger was dat bepaald anders. Iedere zwerm werd toen gezien als een welkome uitbreiding van het aantal volken. Onbekende zwermen worden daarom nu in bepaalde gevallen - hoe spijtig dat ook is - afgemaakt. Vooral de verspreiding van de bijenziekte AVB (Amerikaans Vuilbroed) en de virus verband houdend met varroamijten baren imkers veel zorgen, omdat besmetting meestal een hele regio betreft door het vervliegen van bijen, vooral door darren, naar andere bijenstanden.

Terug naar HOME
Fotogalerij imkerij en honingbij, deel 1
Fotogalerij imkerij en honingbij, deel 2
Honing
Propolis
Varroamijt-bestrijding met oxaalzuur
Juridische aspecten van het bijen houden
Terug naar boven