1901 : Jacobus Henricus van t Hoff (scheikunde), voor
zijn theorie van chemische evenwichten en osmose1902:
Hendrik Lorentz en Pieter Zeeman (natuurkunde); Lorentz werd onderscheiden voor
zijn theorie dat een atoom elektronen bevat, Zeeman voor het experimenteel bewijs daarvan
1910: Johannes Diderik van der Waals (natuurkunde),
voor theorie over aantrekkingskrachten tussen moleculen
1911: Tobias Michael Carel Asser (prijs voor de
vrede), grondlegger van internationaal recht
1913: Heike Kamerlingh-Onnes (natuurkunde), wist
helium af te koelen tot 270 graden Celsius onder nul zodat het vloeibaar werd
1924: Willem Einthoven (geneeskunde), uitvinder
van elektrocardiogram
1929: Christiaan Eijkman (geneeskunde), ontdekte
belang van vitamine B1
1936: Petrus Josephus Wilhelmus Debije (scheikunde),
werkzaam in Duitsland, onderscheiden voor onderzoek naar wisselwerking van straling en
materie
1953: Frits Zernike (natuurkunde), uitvinder van
fasecontrastmicroscoop
1969 : Jan Tinbergen (economie), voor wiskundige
modellen voor economische analyse; kreeg de prijs samen met Ragnar Frisch
1973: Nikolaas Tinbergen (geneeskunde), werkzaam in
Engeland, verklaarde biologische achtergronden van menselijk gedrag; kreeg de prijs samen
met Karl von Frisch en Konrad Lorenz
1975: Tjalling Koopmans (economie), werkzaam in VS,
onderscheiden voor theorie van de optimale toewijzing van productiemiddelen; kreeg de
prijs samen met Leonid Kantorovitsj
1981: Nicolaas Bloembergen (natuurkunde),
Nederlander van geboorte, werkzaam in VS, leverde belangrijke bijdrage aan ontwikkeling
van laserspectroscopie; onderscheiden samen met Arthur Schawlow en Kai M. Siegbahn
1984: Simon van der Meer (natuurkunde),
werkzaam in Zwitserland, onderscheiden (met Carlo Rubbia) voor ontwerp van experiment
waarmee deeltjes van de zwakke wisselwerking werden ontdekt
1995: Paul Crutzen (scheikunde), werkzaam in
Duitsland, voor onderzoek naar gat in ozonlaag; kreeg de prijs samen met F. Sherwood
Roland en Mario Molina
1999: Martinus Veltman en Gerard t Hooft
(natuurkunde), voor theorie waarmee gedrag van elementaire deeltjes kan worden berekend.