Goudse Glazen

raam1.jpg (344168 bytes)

Al verscheidene eeuwen is de Grote- of   Sint-Janskerk het voornaamste monument van de stad Gouda.
Vooral de gebrandschilderde ramen, de zogenaamde "Goudse Glazen", zijn wereldberoemd.

De Sint-Janskerk in Gouda is de enige kerk in de wereld waar zoveel prachtige zestiende eeuwse gebrandschilderde ramen bewaard zijn gebleven. De bouw en de afmetingen van de kerk bleken ook bijzonder gunstig.
De 70 Glazen beslaan in totaal een oppervlak van 1755 vierkante meters. Zij geven beelden uit een bewogen en belangrijke periode uit onze Vaderlandse en Europese geschiedenis. Ze werden geschonken spoedig na de brand van 1552, namelijk tussen 1565 en 1572.  De “sponsors” , vorsten, edelen en prelaten lieten zich in het beneden deel van het glas afbeelden, daarmee het volk tonend hoe goed, machtig en vroom zij waren. Zo staan of knielen hier Philips II en zijn vrouw Mary Tudor, Margaretha van Parma, bisschoppen, Gulden Vliesridders en oversten van de Johannieter Orde.
Na een onderbreking van ruim twintig jaar hebben de inmiddels overwegend protestantse bestuurders in Holland in een tiental jaren (1594-1603) de beglazing van de kerk voltooid. Schenkers zijn dan de Staten van Holland, het Hoogheemraadschap van Rijnland, en de vrije steden van Holland die een relatie met Gouda hadden.

Aan ontwerp en uitvoering van de Glazen hebben vele beroemde glazeniers gewerkt. De bekendste onder hen zijn Dirck en Wouter Crabeth. De oorspronkelijke werktekeningen op ware grootte, de zogenaamde ‘cartons’ , zijn vrijwel alle bewaard gebleven; de kunsthistorische waarde ervan is groot. Zij vormden ook ruim vier eeuwen de grondslag aan de hand waarvan de Glazen konden worden gerestaureerd.
De laatste grote restauratie vond plaats tussen 1899 en 1936. In de jaren 1984-1989 vond een bijzondere conservering plaats, waarbij alle Glazen aan de buitenzijde van een extra beschermend glas werden voorzien.

(tekst dr. G.J.Vaandrager)

raam2.jpg (227580 bytes)

Voorbeeld van een carton Foto van het echte raam

 

gouda31.jpg (145855 bytes)

gouda79.jpg (174027 bytes)

1931  Goudse Glazen  (NVPH nrs 238/239)
Foto's van de St.Janskerk te Gouda met de Goudse Glazen. In de medaillons het bewerken van een glas-in-loodraam.
De zegels zijn uitgegeven van 1 oktober tot en met 15 november 1931 met een toeslag ten bate van het Fonds tot Herstel van de Goudse Glazen.
1979  Zomerzegels  (NVPH nrs 1177/1178)
Fragmenten van gebrandschilderde ramen in de St.Janskerk te Gouda.
Op de zegel van 55+20ct staat "Maria" afgebeeld uit Glas nr 12  "De Geboorte van Christus"; de zegel van 75+25ct toont Willem van Oranje uit Glas nr 25 "Het ontzet van Leiden".
 
 
 
  Naar aanleiding van de publicatie C13 van het Handboek Postwaarden Nederland (HPN) onder de titel "Weldadigheidszegels 1931, Goudsche Glazen 1931" wil ik graag nog enkele opmerkelijke feiten uit die publicatie weergeven.

In 1931 is voor de Nederlandse postzegels nvph-236/239 voor het eerst gekozen voor een ontwerp met foto's, een zogenaamde fotomontage. De ontwerper was de kunstenaar en industrieel ontwerper Piet Zwart (1885-1974).
Het betrof 2 series:
nvph-236/237, Frankeerzegels Koningin Wilhelmina, uitgegeven op 21 september 1931, en
nvph-238/239, Goudsche Glazen, uitgegeven op 1 oktober 1931.

Hoewel het ontwerpen met echte foto's een wereldprimeur was, liepen de waarderingen nogal uiteen.
Ja, zelfs Piet Zwart was niet helemaal content met het uiteindelijke resultaat.
Voor de uitgifte Goudse Glazen merkte hij op dat "..... het resultaat is veel minder dan die van de andere serie ..... te weinig details ..... het beeld is in de veelheid verdronken".
 
 
 

 
 
In de filatelistische pers was ook commotie ontstaan. De twee zegels waren te koop voor 13 cent, terwijl de frankeerwaarde maar 7,5 cent was. Een veel te grote toeslag.
De NVPH sprak zelfs van "Roofnieuwtjes" getuige de volgende advertentie:
 
 
 

 
 
Op 1 januari 1933 werden beide waarden buitengebruik gesteld voor frankering.
In een persbericht werd medegedeeld dat er van de 1,5-cent zegel 211.755 stuks waren verkocht, en van de 6-cent zegel waren dat 213.864 stuks.
De bruto-opbrengst (uit de toeslag) voor het 'Fonds tot Hersel van de Goudsche Glazen' bedroeg daardoor 11.730 gulden. Daarvan moest 1791 gulden voor ontwerp- en drukkosten worden betaald, zodat het Fonds uiteindelijk de beschikking kreeg over een bedrag van 9939 gulden.
Of dat genoeg is geweest om de ramen voldoende te restaureren valt te betwijfelen.
 
 

Aan de hand van de publicatie C131 van het Handboek Postwaarden Nederland hier ook nog wat gegevens over de emissie Weldadigheidszegels Zomer 1979. De twee zegels hierboven genoemd (nvph-1177/1178)  zijn een onderdeel van die emissie Zomerzegels van 1979. Er waren dus 4 postzegels in deze serie. Nvph-1175, frankeerwaarde 40 cent (+ 20 cent toeslag) betreft een fragment van de handgeschreven partituur van de Psalmen Trilogie, gecomponeerd door Jurriaan Andriessen. Nvph-1176, frankeerwaarde 45 cent (+ 20 cent toeslag) toont een kooruitvoering van het Amsterdams Philharmonisch Orkest.

Hieronder een aantal foto's ter verduidelijking van de afkomst van de twee afbeeldingen van de Goudse Glazen:


Links het "katholieke" raam nummer 12 en rechts het "protestante" raam nummer 25


Hier de gedeeltes van de ramen 12 en 25 met fragmenten rondom de uiteindelijke keuze


Deze twee details zijn door Wim Crouwel gebruikt om tot het zegelontwerp te komen.

De geldigheidstermijn voor frankering met de genoemde serie was bij uitgifte onbepaald.
Maar na 1 november 2013 hoeft PostNL het gebruik van "guldenzegels" (volgens een gerechtelijke uitspraak) niet meer toe te staan.

Volgens de gegevens zijn er van de 55-cent zegel uit deze serie 3.063.028 stuks verkocht, van de 75-cent zegel werden 2.881.631 stuks verkocht. De opbrengst van de toeslag van de gehele serie voor het goede doel bedroeg 2.207.574 gulden, het bedrag dat aan het Comité voor de Zomerpostzegels kon worden overgemaakt. De commissie voor de restauratie van de Sint-Janskerk te Gouda ontving hiervan 40.000 gulden als bijdrage voor een permanente tentoonstelling van de kartons met de ontwerpen van de gebrandschilderde ramen. Dit was aanzienlijk minder dan de commissie had gehoopt. Ze hadden bij aanvang van het "project" namelijk gehoopt op 200.000 gulden.  De totale restauratiekosten van de kerk in de zeventiger jaren zou overigens 13 miljoen gulden gaan kosten.

 

 

Terug naar Overzicht Artikels